Verdwenen Tweeling Syndroom

home | ervaringen | zelftest | vtsgroep | stichting | over ons | contact | theorie | links


Theoretische beschouwingen en vooral: veronderstellingen

'Cogito ergo Sum', Descartes
'The Map is not the Territory', Korzybski

Het is niet eenvoudig gesteld met de kwestie van het vts. Veel is verondersteld, weinig is echt bewezen.
Laat ik beginnen met de feiten: de medische wetenschap heeft vastgesteld dat ca. 10% van alle mensen niet als een eenling in de baarmoeder aan het leven is begonnen. Tweelingen en andere meerlingen zijn zeker in de eerste drie maanden van de zwangerschap geen uitzondering en dit aantal wordt ook nogeens verhoogd door de bemoeienissen van diezelfde wetenschap met onze vruchtbaarheidsbehoeften. Technieken die op dit moment in gebruik zijn om een zwangerschap af te dwingen spelen op zeker en zorgen voor meer meerlingen dan natuurlijk het geval zou zijn.
Los van deze laatste kwestie kan met statistische zekerheid gezegd worden dat ťťn op de tien mensen al vroeg in het leven een verlies heeft geleden. Dit is een hele grote groep! Omdat ik in dit stuk toch toe wil naar de veronderstelling dat het medische vts ook (nadelige?) gevolgen heeft voor de vorming van de persoonlijkheid en de omgang met de buitenwereld, kortom dat het ook een psychische 'afwijking' zou kunnen zijn, is het in verband met de omvang van deze 'epidemie' wel goed te bedenken dat het aantal mensen met een depressie gemiddeld 4% is en dat de ratio van schizofrenie 1% is. Met name depressie is algemeen aanvaard als in aantal de grootste psychische aandoening en dat is nog 'maar' 4%. Het aantal mensen dat met vts problematiek rondloopt is meer dan twee keer zo groot als het aantal mensen dat kampt met gedragsproblemen die het gevolg zijn van een depressie. Wat ik met nadruk wil zeggen, is dat de medische wetenschap aangetoond heeft dat het om een enorm grote groep gaat.

Om met zekerheid te kunnen vaststellen dat het medische vts ook gevolgen heeft voor de psyche van degene die het drama in de baarmoeder heeft overleefd, is een zeer langdurig onderzoek nodig, dat vlak na de conceptie begint en zich uitstrekt tot ver in de volwassenheid. Er is een onderzoek nodig dat zeker 30 jaar in beslag neemt en aangezien de belangstelling voor het vts in de mainstream psychotherapie nog zeer gering is, valt niet te verwachten dat op korte termijn betrouwbare onderzoeksresultaten gepubliceerd zullen worden.
Het gaat met dit verschijnsel in feite al op eenzelfde manier als met andere fenomenen die niet de aandacht trekken van de reguliere wetenschappen. Dat wil echter niet zeggen dat daarmee het fenomeen gelijk van tafel kan worden geveegd. Zeker met nieuwe verschijnselen is de reguliere wetenschap zeer huiverig om de nek uit te steken. Ook de tijdgeest speelt mee: het wetenschapsbedrijf is op dit moment doordesemd van de commercie en dat bevordert het belangenloze avontuur niet. Waarom zou men Łberhaupt onderzoek doen naar de psychische gevolgen van het vts? Wie heeft daar belang bij? En ook de vraag aan mezelf: 'Waarom ga ik zelf niet zo'n onderzoek opzetten?'
Deze laatst vraag kan ik het gemakkelijkst beantwoorden na 10 jaar mijmeren over de mogelijke psychische gevolgen van het medische vts. Ik vind de vraag of er een te bewijzen verband is veel minder urgent dan de psychische gevolgen en het menselijk leed dat ik om mij heen meen te zien en te voelen. Het is de hoogste tijd om het fenomeen te benoemen en een ieder die zich aangesproken voelt de gelegenheid te geven de vraag in alle openheid te stellen of er sprake is van een psychisch trauma ten gevolge van het verlies van een broertje of zusje en zo ja, hoe is daar dan in evenwicht mee verder te leven?
De wetenschappen worden tegenwoordig alleen nog serieus genomen als het een empirische benadering betreft. Toch begint iedere wetenschappelijke gerichtheid niet gelijk met 'meten is weten', maar met een kwalitatief onderscheid van een fenomeen dat eerder ingebed en onopvallend in de omgeving verzonken was. Voor je de steen in de muur kan zien, moet je de steen eerst kunnen onderscheiden. Wetenschappelijk werk begint eigenlijk altijd met een fenomenologische beschouwing over de kwalitatief van elkaar te onderscheiden grootheden. Waar ik in dit stuk de nadruk op wil leggen is dat de lezer vooral zelf dit kwalitatieve experiment uitvoert en zich werkelijk afvraagt of hij of zij tot die 10% behoort en wat dit mogelijk voor gevolgen zou kunnen hebben voor het verloop van zijn of haar leven. Het feit dat je nog aan het lezen bent, zegt mij eigenlijk al genoeg .....:-)

Vanaf het begin van de psychotherapie (Freud, 1900) zien we een tendens in de richting van 'steeds eerder in de ontwikkeling' als het gaat om het zoeken van verklaringen voor afwijkend gedrag. Zo is het in de reguliere psychotherapie van nu gangbaar aan het worden dat men bij het stellen van een diagnose en het kiezen van een therapie rekening houdt met de manier waarop en de omstandigheden waaronder de geboorte heeft plaatsgevonden. In de tijd van Freud was echter de gangbare gedachte dat kinderen tot een jaar of 12 geen gevoel hadden en je met hen dus alles kon doen en laten zonder dat dit gevolgen had voor de persoonlijkheid en het volwassen gedrag. Freud interesseerde zich vooral voor de leeftijd 4-6. Latere analytici verdiepen zich veel meer in de leeftijd 1-3 en het is de grote verdienste van o.a. Stanislav Grof (analyticus van de tweede generatie) dat hij zich verdiept in zaken rondom de geboorte. Daar is de ontwikkeling van de psychotherapie nu. We erkennen inmiddels dat het voor de vorming van je persoonlijkheid wel degelijk uitmaakt of je een stuitligger bent geweest of dat je er zo uitfloepte. In alternatieve kringen is op dit moment al erkenning voor het feit dat ook de pre-natale fase onderhevig is aan grote invloeden als het gaat om de karaktervorming. (Medici erkennen vooral de grote invloed op de fysiologie als het gaat om de periode van de zwangerschap.)
Het vts ontstaat meestal in de embryonale fase van de groei (de eerste drie maanden) en met recht kunnen we dus zeggen dat dit weer een hele stap verder terug in de ontwikkeling is als we het moment van de geboorte als 'mainstream' punt van dit moment aanhouden. In die zin loopt de ontdekking van het vts in de pas met de ontwikkelingen binnen de psychotherapie. En nogmaals, hoewel er allerlei andere pre-natale trauma's zijn, is het vts zo interessant omdat het zo'n grote groep betreft. In mijn stoutste momenten maak ik weleens de veronderstelling dat het vts de oorzaak is van ALLE afwijkingen van de norm van de massa. Het zou leuk zijn alle spirituelen, neuroten en criminelen eens bij elkaar op te tellen om te kijken of daar dan ook zo ongeveer 10% uitkomt.

Ik stel me zo voor dat iemand die met een vts ter wereld komt met een hunkering om het al zo vroeg in de ontwikkeling geleden verlies te compenseren. (In volgorde van ontwikkeling krijgt het embryo als eerste een afsplitsing van cellen die later het gehoor vormen. Dan volgt het hart. Daarna de hersenen. Het gehoor is dus zeer waarschijnlijk de eerste mogelijkheid om de 'omgeving' waar te nemen. Dit verklaart misschien ook de enorme kracht van trance bevorderende geluiden als het gaat om het in een sessie willen bereiken van een regressieve staat waarin het embryo bewust ervaren kan worden.)
Dit gemis, dit gat, deze leegte gaat na de geboorte direct op zoek naar invulling. De twin-verbinding met de moeder wordt gemaakt. Als moeder aan een volgende baby toe is, zal zij deze verbinding abrupt verbreken en belandt de vts'er in de armen van de vader. Ook vader krijgt schoon genoeg van dit intense tweeling contact en dropt de kleuter vroeg of laat. Schooljuf neemt het over....enzovoort. Iedere fase van de ontwikkeling kenmerkt zich door intense hechting en een abrupt einde, omdat 'de ander' genoeg krijgt van de te intense en dwingende band. Dit geeft een rode draad te zien door de biografie van de vts'er: het thema van het gemis, de breuk, de hunkering, de dwingende hechtingsbehoefte. Het zou zomaar kunnen zijn dat de ontwikkelingsfase waarin de vts'er besluit te fixeren uiteindelijk zorgt voor de reguliere psychiatrische diagnose later in het leven. Een uitzonderlijk voorbeeld is de problematiek die ontstaat als er na de geboorte geen hechtingsfiguren beschikbaar zijn. Dit kan leiden tot een fixatie die het autistische spectrum misschien verklaart.
In de meeste gevallen herhaalt het vts-trauma zich gedurende de ontwikkeling keer op keer in allerlei vormen. Misschien dat daardoor het onderliggende gezamenlijke thema -vts- zo lang op zich heeft laten wachten als het gaat om een kwalitatieve herkenning.

Wederom Stanislav Grof heeft een manier bedacht om thema's die door de hele biografie lopen te duiden in termen van 'rode draad'. Zijn startpunt was de geboorte. Wat ik hierboven heb gedaan is dit zogenaamde COEX systeem van Grof toepassen op het vts.
De vormen waarin het vts zich in het volwassen leven kan presenteren, zijn schier eindeloos. Te zien is vaak een patroon van een te intense hechting aan een persoon of object, gevolgd door een abrupte breuk. Het kan echter ook zijn dat iemand zijn leven lang alleen maar interesse heeft voor zijn verzameling sigarenbandjes en daar een intense bevrediging uit haalt. Het voert nu te ver om alle vormen waarin het vts zich kan presenteren te benoemen en onderzoeken. Wat op deze plek misschien nog wel illustratief kan zijn is dat het thema vaak te vinden is in de kunst en religie. Ook bijvoorbeeld het hebben van een 'tweelingziel is in dit verband te zien als een compensatie voor het enorme gemis dat al zo vroeg is ervaren. Zo ie zo zijn alle spirituelen 'verdacht'.

Zodra iemand bereid is te erkennen dat hij of zij een vts'er is en ook daadwerkelijk kan ervaren dat bijna ieder gedrag uit het verleden de functie heeft gehad een poging tot compensatie van het vroege verlies te zijn, kan begonnen worden met een (hernieuwde) bewustwording van de biografie. Veel ontwikkelingslagen zullen in een niet voorspelbare volgorde de revue passeren en opnieuw ervaren kunnen worden binnen het nieuwe kader. Het is net of 'het-hele-leven-tot-nu-toe' vraagt om een evaluatie in het licht van het nieuwe inzicht.
En het gaat hier natuurlijk niet om een mentaal doorwerken van de biografie, maar meer om de intense arbeid die Freud ook al voor ogen had als het ging om 'doorwerken'. Het gaat erom emotioneel inzicht te krijgen in wie men is als resultaat van het opgelopen vts. Meer zit er volgens mij niet in: bewustwording, vanzelf uitmondend in gedrag dat evenwichtiger, begrijpelijker en bevredigender is in vergelijking met de toestand van daarvoor: het vts was onbewust en de hunkering werd maar niet begrepen. Het doorwerken van de biografie kent voor iedere regressielaag zijn specifieke technieken. Zo zal in lagen waar het verbale vermogen voldoende ontwikkeld is (zo vanaf een jaar of 3) veel kunnen verschuiven door een 'talking-cure'. Echter als het gaat om het non-verbale gebied, zijn we al snel bezig met trance-werk en aanraking.

De fysieke aanraking heeft in dit verband wel een heel speciale plaats. Daarin is zowel de diagnose onmiddelijk te stellen en zelf te ervaren als dat het een tijdelijke verlichting van het opgelopen trauma kan zijn. Belangrijk daarbij is voortdurend het onderscheid te blijven maken tussen de surrogaat-twin, die de ander op het moment van aanraking is en de twin waarvan de vts'er al zo vroeg in de ontwikkeling afscheid heeft moeten nemen.

Ik nodig je uit het laboratorium van een vtsgroep in te stappen en voor jezelf uit te zoeken wat er met je gebeurd is en wat dit voor gevolgen heeft gehad. Het kan heel heilzaam zijn je ervan bewust te zijn dat je een vts'er bent.

Giedi

Hieronder staan nog wat links naar informatie die mij heeft geholpen bij mijn eigen zoektocht.

Psychologie

Sigmund Freud
Carl Gustav Jung
Wilhelm Reich
Stanislav Grof
Holotropic Breathwork
Stan Grof Holotropic Breathwork, idem
Ken Wilber, idem
American Psychological Association (APA)

Kundalini & Tantra

Kundalini-energie en sprituele crisis
Shared Transformation: over kundalini-ervaringen
Kundalini Yoga, idem
Daniel Odier, site gewijd aan Kashmir Shaïvistische tantra
Sivasakti.com, Amerikaanse tantra-site met veel informatie, oefeningen en muziek
Tao, Mantak Chia

Overigen

Sociocraties Centrum Nederland
Inspiratiesite van Jan de Graaf en Cora van Vliet
Dirah Academie Nederland: Westerse en Indiase astrologie, tantra en veel links
Sacred Texts: Engelstalige teksten betreffende wereldreligies, tradities, etc.
Metalog: Astrology Resources
Shamanism: general overview
Mything Links: links naar Engelstalige sites over mythologie en heilige tradities
Kritische informatie over een groot aantal occulte stromingen

Literatuurlijst

Psychoanalytische literatuur
  • Anzieu, The Skin Ego.
  • Bally, G., (1974). De psychoanalyse van Sigmund Freud. Utrecht-Antwerpen: Het Spectrum.
  • Erikson, E.H., (1971). Identiteit. Jeugd en Crisis. Utrecht: Het Spectrum.
  • Erikson, E.H., (1979). Spel en Visie. Utrecht: Het Spectrum.
  • Erikson, E.H., (1977). Levensgang en Historisch moment. Utrecht-Antwerpen: Het Spectrum.
  • Erikson, E.H., (1974). Identiteit, Jeugd en Crisis. Utrecht-Antwerpen: Het Spectrum.
  • Erikson, E.H. (1956). The Problem of Ego Identity. Journal of the American Psychoanalytic Association, 4, 56-121.
  • Erikson, E.H. (1963). Childhood and Society. New York, Norton and Cy.
  • Essential Papers on Narcissism
  • Essential Papers on Object Relations
  • Freud, S., (1955). Vorlesungen zur einfŁhrung in die Psychanalyse. Berlin: Gustav Kiepenheuer Verlag.
  • Freud, S., (1985). Ter introductie van het narcisme. In Psychoanalytische Theorie 1. Meppel-Amsterdam: Boom.
  • Freud, S., (1985). Aan gene zijde van het lustprincipe. In Psychoanalytische Theorie 1. Meppel-Amsterdam: Boom.
  • Fromm, E., (1976). Een kwestie van hebben of zijn. Grondslagen voor een nieuwe levensoriŽntatie in de consumptie-maatschappij. Utrecht: Bijleveld.
  • Fromm, E., (1973). Psychoanalyse en Religie. Typen van religieuze ervaring en zorg voor de mens. Utrecht: Bijleveld.
  • Green, A., (1986). On Private Madness. London: The Hogarth Press.
  • Hartmann, H. (1939). Ego psychology and the Problem of Adaptation. New York, International Universities Press.
  • Hartmann, H., Kris, E., and Loewenstein, R.M. (1946). Comments on the Formation of Psychic Structure. Psychoanalytic Study of the Child, 2, 11-38.
  • Hartmann, H. (1950). Comments on the psychoanalytic Theory of the Ego. Psychoanalytic Study of the Child, 5, 74-96.
  • Kernberg: Borderline Conditions and Pathological Narcissism, Object relations theory and clinical psychoanalysis, Internal world and external reality
  • Kohut: The analysis of the Self, The restoration of the Self
  • Kuiper, P.C., (1989). Nieuwe Neurosenleer. Deventer: Van Loghum Slaterus
  • Lacan
  • Mahler, Klein, Chodorow
  • Nijnatten, C.H.C.J. van (red.), (1992). Psychodynamische ontwikkelingsmodellen. Meppel (etc.): Boom.
  • Ornstein, P.H., The Evolution of Heinz Kohut's Psychoanalytic Psychology of the Self. In: Kohut, H. (ed. by P.H. Ornstein) The Search for the Self, selected Writings 1950-1978. New York: Intern. Univ. Press, 1978.
  • Pierlot, R.A., Thiel, J.H., (1986). Psychoanalytische TherapieŽn. Houten-Antwerpen: Bohn Stafleu Van Loghum.
  • Rohde-Dachser, C., (1983). Het Borderline-syndroom. Deventer: Van Loghum Slaterus.
  • Stone, M.H. (ed.), (1986). Essential Papers on Borderline Disorders. One Hundred Years at the Border. New York-London: New York University Press.
  • Winnicott: Playing and Reality
Andere literatuur 1
  • Assagioli, R., (1988). Psychosynthese. Een veelzijdige benadering van heel de mens. Katwijk: Servire.
  • Grof, S., (1985). Beyond the Brain. Birth, death and transcendence in psychotherapy. New York: State University of New York.
  • Grof, S. en Grof, C. (1990). The Stormy Search for the Self. A guide to Personal Growth through Transformational Crisis. Los Angeles: Jeremy P. Tarcher, Inc.
  • Grof, S. en Bennett H.L., (1994). Reizen door de Geest
  • Grof, S. (1998). The Cosmic Game. Explorations of the Frontiers of Human Consciousness. New York: State University of New York.
  • Jacoby, M., (1990). Individuation and Narcissism. The psychology of Self in Jung and Kohut. London: Routledge.
  • Janzs, J., Een boek over het Zelf?
  • Jung: Symbolen und Wandlungen der Libido
  • Jung, C.G., (1982). Psychologie en Religie. De Terry Lectures. Rotterdam: Lemniscaat.
  • Jung, C.G., Verzamelde werken deel 1 en 2. (gegevens nog opzoeken!). Rotterdam: Lemniscaat.
  • Jung, C.G., (1988). Het Ik en het Onbewuste. Katwijk: Servire.
  • Jung, C.G., (1982). Ik en Zelf. Het ik - het zelf. Cristus, een symbool van het zelf. In De kleine Jung bibliotheek. Rotterdam: Lemniscaat.
  • Jung, C.G., (1982). Westers bewustzijn en Oosters inzicht. Wegen tot integratie - Psychologie van Koendalini Yoga - Indische heiligen - De I Tjing - Zen-Boeddhisme. Lemniscaat: Rotterdam.
  • Jung, C.G., (1991). Herinneringen Dromen Gedachten. een autobiografie. Rotterdam: Lemniscaat bv.
  • Maslow, A.H., (1974). Psychologie van de Wetenschap. Rotterdam: Lemniscaat.
  • Maslow: Een aantal andere centrale werken
  • Perls, F., (1986). Gestaltbenadering - Gestalt in aktie. Haarlem: De Toorts.
  • Rogers, C.R., (1975). CliŽnt als middelpunt. Rotterdam: Lemniscaat.
  • Rogers, C.R., (1974). Individuveel. Over encounter-groepen. Den Haag: Bert bakker.
  • Rogers, C.R. and Kinget, G.M., (1974). Psychotherapie en menselijke verhoudingen. Theorie en praktijk van de non-directieve therapie. Den Haag: Bert Bakker.
  • Stevens, J.O., (red.), (1976). Getsalt is. Meppel-Amsterdam: Boom.
  • Wilber, K., (1986). Zonder Grenzen. Amsterdam: Karnak.
  • Wilber, K., (1985). The Spektrum of Consciousness. Wheaton, Illinois: Theosophical Publishing House.
  • Wilber, K., (1985). Een nieuwe werkelijkheid. Het holografische model en andere paradoxen. Gesprekken met David Bohm, Fritjof Capra, Marilyn Ferguson, e.a.. Rotterdam: Lemniscaat.
  • Wilber: The atman project
Andere literatuur 2
  • Achterhuis, H.: Arbeid, een eigenaardig medicijn.
  • Barz, H.: Jung en zijn psychotherapie.
  • Batselier, S. de: De zachte moordenaars.
  • Beauvoir, S.: Niemand is onsterfelijk.
  • Bem, S.: Het bewustzijn te lijf. Een geschiedenis van de psychologie.
  • Bem, S.: Denken om te Doen. Een studie over cognitie en werkelijkheid.
  • Bergson, H.: De scheppende evolutie.
  • Berman, M.: The Reenchantment of the World.
  • Bertels, C.P. en Petersma, E.J.: Filosofen van de 20e eeuw.
  • Boot, H.: Een psychoanalytische interpretatie van het religieuze symbool. Het Heilig Avondmaal. vanuit de object relatie theorie van D.W.Winnicott. Scriptie RUL.
  • Bordewijk, F.: Karakter.
  • Boon, A.: Borderline als modern onvermogen. Scriptie RUL.
  • Braak, M. ter: Carnaval der Burgers.
  • Brinkgreve, C.: Psychoanalyse in Nederland.
  • Brouwers, J.: De laatste deur.
  • Buber, M.: De vraag naar de Mens.
  • Castaneda, C.: Kennis en Macht.
  • Chardin, P.T. de: Het verschijnsel Mens.
  • Diekstra, R.F.W. en Dijkhuis, J.J. (red.): Op de psyche gepast. Hoofdstukken uit de klinische psychologie.
  • Donner, J.H.: Mulisch, naar ik veronderstel.
  • Dooren, W. van: Vragenderwijs. Elementair overzicht van de systematische filosofie.
  • Dooren, W. van: Denkwegen in de geschiedenis van de nieuwere wijsbegeerte.
  • Ferguson, M.: The Aquarian Conspiracy. Personal and social transformation in the 1980's.
  • Fischer, A. en Metaal, N.: Psychologie: de Stand van Zaken.
  • Foucault, M.: De woorden en de dingen.
  • Foudraine, J.: Wie is van hout.... Een gang door de psychiatrie.
  • Franz, M.L.: Alchemie.
  • Franz, M.L.: Over voorspellen en Synchroniciteit. De Psychologie van het Betekenisvolle Toeval.
  • Fromm, E.: De Angst voor Vrijheid.
  • Fromm, E. e.a.: Zen-boeddhisme en het Westen.
  • Fromm, E.: Marx, Freud en de vrijheid.
  • Fromm, E.: Marx' visie op de mens.
  • Fromm, E.: Freud's visie op de mens.
  • Gay, P.: Sigmund Freud. Zijn leven en werk.
  • Ginneken, J. van en Jansz, J. (red.): Psychologische Praktijken. Een twintigste-eeuwse geschiedenis.
  • Gleitman, H.: Psychology.
  • Green, H.: Ik heb je nooit een rozentuin beloofd.
  • Greene, L.: Lot en Vrije Wil in de Astrologie.
  • Greene, L.: De dynamiek van het Onbewuste.
  • Greene, L. en Sasportas, H.: De ontwikkeling van de Persoonlijkheid.
  • Goudsblom, J.: Nihilisme en Cultuur. Europese ideeŽn-geschiedenis in een sociologisch perspectief.
  • Gurdjieff, G.I.: Het leven is alleen echt wanneer 'Ik Ben'.
  • Gurdjieff, G.I.: Ontmoetingen met bijzondere mensen.
  • Gurdjieff, G.I.: BeŽlzebubs verhalen aan zijn kleinzoon.
  • Gurdjieff, G.I.: Gurdjieff tot zijn leerlingen. Vroege gesprekken.
  • Hesse, H.: De Steppenwolf.
  • Hjelle, L.A. and Ziegler, D.J.: Personality Theories. Basic assumptions, research, and applications.
  • Huxley, A.: Brave New World.
  • Jaffť, A. (red.): Erinnerungen, Tršume, Gedanken von C.G.Jung.
  • Jung, C.G.: Psychologische typen.
  • Kerouac, ?.: On the Road.
  • Korthals, M.: Wetenschapsleer. Filosofisch en maatschappelijk perspectief op de natuur- en sociaal-culturele wetenschappen.
  • Kouwenberg, A. en Wetters, L.: Over huid en ego grenzen. Visies op het borderline syndroom. Scriptie RUL.
  • Kuiper, P.C.: Ver heen.
  • Kuhn, T.S.: De structuur van wetenschappelijke revoluties.
  • Lemaire, T.: Over de waarde van culturen. Een inleiding in de cultuurfilosofie.
  • Lievense, J. en Wetering de Rooij, J. van de: Je rijpt je rot. Ervaringen met trainingen in persoonlijke groei, bio-energetics, gestalt, encounter, geleide droomfantasie, zelfbezinning, transactionele analyse, transcendente meditatie en sensitivity training.
  • Marcuse, H.: Psychoanalyse en politiek.
  • Marcuse, H.: De een-dimensionale mens. Studies over de ideologie van de hoog-industriŽle samenleving.
  • Meinsma, K.O.: Spinoza en zijn Kring. Over Hollandse Vrijgeesten.
  • Meulenbelt, A.: De schaamte voorbij.
  • Mulisch, H.: archibald strohalm.
  • Mulisch, H.: Voer voor psychologen.
  • Mulisch, H.: Bericht aan de rattenkoning.
  • Nicolas, A.: Herbert Marcuse.
  • Nietzsche, F.: Unzeitgemšsse Betrachtungen
  • Nietzsche, F.: Ecce Homo.
  • Nietzsche, F.: Genealogie der moraal.
  • Nietzsche, F.: Aldus sprak Zarathoestra.
  • Orwell, G.: 1984.
  • Ouspensky, P.D.: Op zoek naar het wonderbaarlijke. Gurdjieffs Leer.
  • Pernot, F.: Blauwdruk voor een interaktioneel model van de astrologie.
  • Podvoll, E.M. (1992). De verlokkingen van de waanzin. Nieuwe inzichten over psychose. Cothen: Servire Uitgevers bv.
  • Rietveld, E.: Een visie op het denken van Erich Fromm. Werkstuk i.h.k.v. propeadeuse psychologie RUL.
  • Roeck, B.P. de: Gras onder mijn voeten.
  • Rudhyar, D.: Astrologie. Aanleg en karakter.
  • Sartre, J.P.: Walging.
  • Scholtes, E.: De verborgen dimensie in het werk van Jung en Pauli. (+ video IKON 1991.)
  • Stevens, L.: Een schijn van Heiligheid. Beweging rond Bhagwan Shree Rajneesh in Poona.
  • Sullivan, H.S.: Begrippen voor een toekomstige psychiatrie.
  • Szasz, T.S.: Geestesziekte als mythe.
  • Vestdijk, S.: Het wezen van de angst.
  • Vroon, P.: Weg met de psychologie.
  • Vroon, P.: Bewustzijn, hersenen en gedrag.
  • Vroon, P.: De tranen van de Krokodil.
  • Wehr, G.: Carl Gustav Jung. Zijn leven en zijn werk.
  • Westendorp, K.: Skin-Ego en Body-Image. Scriptie RUL.
  • Winter, L. de: De (ver)wording van de jonge DŁrer. (?)
  • Yalom, I.D.: Groepspsychotherapie en praktijk.

prullenbak