Verdwenen Tweeling Syndroom

home | ervaringen | zelftest | vtsgroep | stichting | over ons | contact | theorie | links


Onder psychotherapeuten

Hoe ontdekken psychotherapeuten de kern van hun eigen problemathiek? De toverspreuk is 'analyse van de tegen-overdracht', oftewel je wordt je met een schok vooral emotioneel bewust van je eigen blinde vlek doordat een patiënt met een probleem komt waar je zelf overspoelend van uit het lood raakt en waar je therapieprotocol geen raad mee weet.

In de geschiedenis van de psychotherapie zijn tal van verhalen bekend (de meest geruchtmakende gaan natuurlijk over de therapeut die smoorverliefd wordt op de patiënt en zich niet kan inhouden) over de ontdekking van het centrale probleem van de psychotherapeut zelf. Om dat probleem aanvankelijk NIET onder ogen te hoeven zien is hij of zij waarschijnlijk psychotherapeut geworden. Vroeg of laat valt iedere rechtgeaarde psychotherapeut echter op deze manier 'door de mand' en stopt met zijn of haar beroep. Alleen de slechten blijven uiteindelijk het vak uitoefenen.

Misschien moet ik nu toch maar eens over mezelf beginnen.:-)
Al vanaf mijn vierde jaar (ik wilde pèrsé niet naar school) voelde ik me anders dan anderen. Na een moeilijke vroege jeugd, begon ik zo'n beetje vanaf mijn veertiende een bewuste zoektocht naar dit 'anders zijn'. Ik las boeken van psychoanalytici van het eerste uur: Freud, Jung, Fromm,.....en dacht telkens weer dat ik het antwoord op mijn 'afwijkend voelen' wel gevonden had. Tal van diagnoses passeerden en geen enkele bleek echter lang houdbaar. Al vragend sukkelde ik verder tot het 'anders zijn' me maatschappelijk in de problemen bracht. Dat was zo'n beetje rond de leeftijd van 20 jaar. Ik was in het tweede jaar gestopt met mijn studie technische natuurkunde aan de TU Delft. Niet dat het me aan talent ontbrak... nee, het was eerder een fundamenteel protest tegen de manier waarop de fundering van het wetenschapsbedrijf in elkaar steekt. Tegelijk was mijn vriendin er met mijn beste studievriend vandoor, moest ik in dienst, was mijn vader razend op me, had ik geen geld meer en was dakloos geworden. En, wat nog het ergste was: ik had geen flauw idee wat ik wilde gaan doen met mijn leven. Ik veranderde van studierichting, tekende in bij filosofie en kreeg zo in iedere geval nog twee jaar studiebeurs. Van de studie filosofie was ik al heel snel erg flauw, omdat dat vooral ging over de geschiedenis van de filosofie en niet over het filosoferen zelf. Op een hele kleine goedkope zolderkamer begon ik met verkennen van de drank en de drugs, waardoor ik al snel in een staat van zinloosheid terecht kwam, een staat die ik achteraf kan benoemen als een serieuze depressie. Al met al duurde dat een jaar of twee, waarin ik me voornamelijk afvroeg wat ik toch mankeerde, vooral door het lezen van zeer veel zeer ingewikkelde boeken over magie en verlichting. Aan deze periode kwam vrij abrupt een einde door de ontmoeting met een man die me vooral de praktische en bourgondische kanten van het leven liet zien. Na weer een jaar of twee waren die rapen ook gaar door gedoe met vriendinnen en verliet ik mijn geboortestad om die in te ruilen voor het oude centrum van de studentenstad Leiden.
Tot mijn eigen verbazing werd ik aangenomen bij een bedrijf met ca. 2000 werknemers en 18 vestigingen, verspreid over heel Nederland. Functie: assistent bedrijfskundige. In pak met een auto van de zaak (alle kilometers gratis) was ik met 24 jaar opeens als staffunctionaris lid van het directieteam met de opdracht door middel van sociale interventie (opstarten van werkoverleggroepen) te komen tot een vorm van produktbewaking uitmondend in certificering van het hele concern. Het duurde precies een jaar. Ik ontdekte in de boekhouding dat de commercieel directeur zijn woonhuis op kosten van het concern had laten verbouwen en kreeg van mijn direkte meerdere het bevel daarover binnen de directie te zwijgen. Ik was voor de rest van mijn leven (althans in ieder geval tot nu toe) klaar met de zakenwereld.
Na mijn zelf genomen ontslag was het eerste wat ik deed weer een vertrouwde tweedehands auto kopen en me flink bezinnen op mijn toekomst. Hoe kon ik met plezier aan het werk? Hobby's waren muziek, feesten en drinken. Al gauw had ik de ideale formule: een drive in discotheek. Zelf de muziek kiezen, gratis drank en voortdurend aan het feesten. Hoewel ik af en toe wat bij moest werken, waren de inkomsten niet slecht, vooral omdat ik geen grote uitgaven aan feesten en drinken meer had.
Het werd tijd voor een nieuwe opleiding: de Vrije Academie in Den Haag. Ik ging me bekwamen in beeldend vormgeven. Het werd een drukke tijd met afwisselend muziek, feesten en uitleven van de avantgarde-gedachte binnen de traditie van de beeldende kunst. Het eerste wat na 3 maanden academie al gebeurde, is dat ik er weer vertrok. Ik werd autodidact in vormgeven en beleefde in ieder geval een aantal jaren van plezier in stoeien met verf en andere materialen.
Ondertussen verscheen een nieuwe liefde in mijn leven, die serieus was. Van de eerste twee echte relaties had ik geleerd dat het niet handig was een onbenoemde zorgplicht over en weer aan te gaan en dat monogamie ook niet een standaard recept was om een echt leuk leven te hebben. De open relatie was geboren, die vanaf dat moment voor lange tijd (tot 2 jaar geleden) een rode draad in mijn leven zou worden.
Vooral de wederwaardigheden binnen de relatie en het 'anders voelen' waren aanleiding tot tal van activiteiten. Voor dit relaas is de aanvang van inmiddels een derde studie, psychologie in deeltijd, de belangrijkste. (Het muntje tot noodzaak viel door een advies van C.G. Jung in zijn 'Herinneringen Dromen Gedachten'.)
Na de propedeuse en het kandidaads examen specialiseerde ik me in de doctoraalfase in de klinische psychologie met de bedoeling uiteindelijk psychotherapeut te worden. Ik las me een slag in de rondte en nam ongeveer tien keer zoveel literatuur door als voor het curriculum noodzakelijk was. Vooral de humanistische psychologie van Maslow en de transpersoonlijke literatuur trokken mijn aandacht en dit bracht mij uiteindelijk ook in behoorlijk conflict met de belangrijkste therapiestroming aan de RUL.
Tegelijk was ik persoonlijk dermate in de problemen gekomen, dat ik het nodig vond zelf in therapie te gaan en melde me bij het RIAGG. Na een forse intake gaf men mij te kennen dat ze mij niet konden helpen, omdat bij aanpakken van de problematiek regressie tot in het psychotische gebied niet uitgesloten was. De reguliere therapeuten durfden het gewoon niet aan en verwezen me naar het alternatieve circuit.
Ik ben dan inmiddels 38, nog altijd kinderloos en al 11 jaar verwikkeld in dezelfde open relatie met alle ups en downs vandien. Mijn problematiek begint serieuze vormen aan te nemen en ik voelde aan mijn theewater dat ik niet alleen over therapie kon blijven lezen, denken en praten, maar dat ik ook eens met mezelf aan de slag moest. Door 'toeval'(???) kwam ik terecht bij een echtpaar dat zelf-heling aanbood door middel van adem en muziek. Het waren weekendworkshops van vrijdagavond tot zondagmiddag. Gewoon bij hen in de huiskamer. Deze omgeving, techniek en sfeer zorgden bij mij voor voldoende vertrouwen en ik 'liet los'. Tijdens de eerste twee weekenden die ik deed braken onder en bovenwereld los en ik zag een behoorlijk deel van het spectrum voorbijtrekken waar de verlichtingsliteratuur zo bol van staat. Na nog geen 3 maanden na kennismaking met dit echtpaar mocht ik bij hen als assistent mee gaan doen met de weekenden. (Er was toen een frequentie van ca. 12 weekenden per jaar.) Met 5 begeleiders draaiden we groepen tot 25 deelnmers in een setting die het best verbeeld kan worden door trancewerk binnen een indianenstam. Het waren intense ervaringen die 10 jaar duurden en tot op de dag van vandaag prijs ik me gelukkig dat ik nog steeds zo af en toe met dit echtpaar samen mag werken. Tijdens dit type trancewerk komen vaak zaken naar boven van rondom de geboorte.

In 1997 kreeg ik sterk de behoefte een eigen trance-begeleidingsgroep te vormen met een wijziging van de methode die ik tot nu toe gewend was bij het echtpaar van wie ik dit werk heb geleerd. Naast het gebruik van de adem en muziek uit de CD speler als voertuigen ging ik gebruik maken van zelf in het moment gemaakte trance bevorderende geluiden. Trommels en percussie waren daarbij de meest gebruikte instrumenten. Het gevolg van de wijziging van opzet was onder andere dat de regressie tijdens de sessies vaak dieper ging dan bij muziek gespeeld vanaf de CD speler. In dit veld ontdekten we steeds meer prenatale trauma's en hun doorwerking daarvan in de karaktervorming bij de deelnemers. De sessies waren keer op keer zeer heftig en we zijn met dit werk doorgegaan tot het najaar van 2004. Door persoonlijke omstandigheden stopte dit groepswerk in deze setting.

Ook in 1997 kwam er een tweede serieuze geliefde in mijn leven. Deze geliefde is nog steeds in mijn leven. Vanaf 1997 tot twee jaar geleden was ik met twee vrouwen in de liefde verbonden. Het maakte mijn leven er veel spannender en ongewoner, maar zeker niet eenvoudiger op. De dynamiek van het leven met twee geliefden gaf steeds weer aanleiding om goed naar mezelf te kijken. Het klinkt misschien raar, maar het was onmogelijk om ook maar iets te verdringen en mijn leven verliep op die manier in alle eerlijkheid, openheid en ook kwetsbaarheid. En.....het was weer eens behoorlijk ongewoon en ook instabiel. Ik voelde me anders dan anderen, maar had nog steeds geen goede kapstok om dat te kunnen begrijpen, laat staan accepteren en wellicht veranderen.

Ondertussen noteren we 2002. Een deelnemer aan onze workshop 'zelf-heling met behulp van adem en live muziek' doet al voor de zoveelste keer mee en ze vertoont steeds hetzelfde patroon: ze gaat heel gemakkelijk in trance, maar komt er bijna niet meer uit, ook niet na stevige en langdurige interventies van het begeleidende team. Ze heeft zeker al 70 tekeningen gemaakt waarbij ze een uitleg geeft die verwijst naar de tijd van de zwangerschap en waarin steeds vormen tevoorschijn komen die door haarzelf geduid worden als embryo's of foetussen. In de verhalen over haar sessies gebeurt er steeds iets naars met de embryo's. Omdat er tijdens onze workshops ook veel andere pre-natale zaken aan het licht kwamen, kwam het niet in mij op om speciaal te focussen op de 2 vormen in de baarmoeder en de nare gebeurtenis steeds aan het einde van het verhaal over de sessies. Wat me wel bezig hield was de vraag waarom de deelnemer geen baat leek te hebben bij onze manier van werken. Sterker nog: ze leek steeds verder in de problemen te raken. Ook wekelijkse privé-sessies gaven geen uitzicht op verbetering en eigenlijk zag ik geen andere mogelijkheid haar steeds maar weer tot de sessies toe te laten, omdat ze dat geweldig vond. Op een zondagmiddag tijdens een pauze middenin een heftige nabespreking van de sessie kreeg deze deelnemer een hersenbloeding ten gevolge van een aangeboren afwijking (aneurysma). We zijn de hele middag en avond met haar in de weer geweest om ervoor te zorgen dat ze in een ziekenhuis terecht kwam. Ondertussen was haar man op de hoogte gebracht en er brak een spannende tijd aan of de deelnemer deze hersenbloeding zou overleven of niet. En als ze de bloeding zou overleven: hoeveel schade zou er aangericht zijn?

Het was mijn gewoonte om de maandag na een sessieweekend goed bij mezelf na te gaan of er nog 'zaken van het weekend' waren blijven hangen om zo de tegen-overdracht een stapje voor te zijn. In de laatste jaren voorafgaand aan 2002 was er meestal niet zoveel te beleven op de 'maandag erna'. Veel zaken waren al gepasseerd die mij persoonlijk raakten. Ook de aanpak van de verliefdheden ontbrak daarbij niet en bovendien hadden mijn opleiders erg veel werk gemaakt van de kwesties rondom de zuiverheid van de interventies die de helpers uitvoerden. Ik voelde me aardig door de wol geverfd en had al heel veel zaken achter me gelaten waar de gemiddelde therapeut veel slapeloze nachten van zou hebben.
Nu was het anders op maandagmorgen: ik was volkomen geveld door hetgeen mijn deelnemer gedurende mijn workshop was overkomen: ze had wel gelijk dood kunnen zijn en de prognoses van de artsen waren die maandagmorgen niet best. Ik 'wist' onmiddellijk dat hetgeen haar was overkomen gedurende de zwangerschap in de baarmoeder ook op mij van toepassing moest zijn.
Mijn deelnemer was na een operatie en een paar weken ziekenhuis gelukkig zonder al teveel nare gevolgen weer op de rails. Ik zat nog behoorlijk met de gebakken peren. Vanaf dat moment begon voor mij de focus op het verschijnsel van de verdwenen tweeling en de schellen vielen vooral van mijn ogen toen ik te weten kwam dat dit fenomeen medisch gezien vastgesteld is bij ca. 10% van de bevolking. Dat is een hele grote groep!

Of ik werkelijk een vts-er ben, zal ik niet te weten komen, omdat de medische feiten van vroeger ontbreken. Toch heeft mijn karakter alles van een vts-er en deze kapstok was voor mij de sluitende verklaring voor mijn 'anders zijn dan anderen'.

Vanaf het moment van herkenning van het verdwenen tweeling syndroom als zijnde ook zeer waarschijnlijk van toepassing op mezelf ben ik gaan werken aan meer bewustwording en hanteerbaarheid.
Het is inmiddels 2012 en ik voel me een geluksvogel omdat ik het gevoel heb dat ik mijn diepste ervaringskennis van dit verschijnsel nu mag gaan delen met anderen dan alleen mijn naasten.